Lichamelijk zwaar werk: waarom wachten we tot het niet meer gaat?

vitaly-gariev-vWy7y6-60k4-unsplash

Een magazijnmedewerker die al twintig jaar dagelijks goederen verplaatst. Een zorgmedewerker die regelmatig patiënten helpt bij transfers. Of een monteur die jarenlang dezelfde belastende werkzaamheden uitvoert. Zolang iemand goed functioneert, lijkt er weinig reden om over ander werk na te denken. Maar is dat verstandig? Uit cijfers van CBS en TNO blijkt dat 37 procent van de Nederlandse werknemers regelmatig lichamelijk zwaar werk doet. Dat roept een belangrijke vraag op: waarom denken we bij duurzame inzetbaarheid vaak pas aan loopbaanontwikkeling wanneer het huidige werk moeilijker wordt?

Ruim een derde doet lichamelijk zwaar werk

Lichamelijk zwaar werk is nog altijd een belangrijk onderdeel van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025, uitgevoerd door CBS en TNO, doet 37 procent van de werknemers regelmatig fysiek belastend werk.

De fysieke belasting verschilt sterk per beroep. In agrarische beroepen geeft ruim de helft van de werknemers aan regelmatig veel kracht te moeten zetten. Ook in transport en logistiek, technische beroepen en de zorg komt lichamelijke belasting veel voor.

Dat betekent niet dat al deze medewerkers gezondheidsklachten hebben of hun werkzaamheden niet kunnen volhouden. Sterker nog, de meeste werknemers geven aan dat zij aan de fysieke eisen van hun werk kunnen voldoen.

Maar de vraag of iemand vandaag zijn werk kan uitvoeren, is niet hetzelfde als de vraag of dat werk over tien jaar nog passend is.

En juist die tweede vraag verdient meer aandacht.

Goed functioneren kan een reden zijn om niets te veranderen

In organisaties krijgen medewerkers die goed functioneren vaak minder aandacht dan medewerkers bij wie problemen ontstaan.

Dat is begrijpelijk. Wanneer iemand zijn werkzaamheden zelfstandig en naar tevredenheid uitvoert, is er weinig directe aanleiding om in te grijpen.

Maar bij lichamelijk zwaar werk kan dat ook een valkuil zijn.

Een ervaren medewerker weet precies hoe het werk moet worden uitgevoerd, kent de organisatie en is misschien al jarenlang een betrouwbare kracht binnen het team.

Juist daardoor kan de gedachte ontstaan dat iemand voorlopig prima op zijn plek zit.

Ondertussen verandert er mogelijk wel iets.

De lichamelijke belasting kan na verloop van tijd zwaarder worden ervaren. Misschien veranderen de werkzaamheden. Of ontwikkelt de medewerker nieuwe interesses en ambities die binnen de huidige functie nauwelijks aan bod komen.

Wie pas in gesprek gaat wanneer het werk niet meer haalbaar blijkt, heeft mogelijk minder ruimte om rustig alternatieven te onderzoeken.

Minder zwaar werk begint bij het aanpassen van het werk

Er is een belangrijk onderscheid tussen het voorkomen van lichamelijke overbelasting en het begeleiden van medewerkers naar andere werkzaamheden.

Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om gezond en veilig werken mogelijk te maken.

Volgens Arboportaal moeten organisaties lichamelijke risico’s in kaart brengen en passende maatregelen treffen. Daarbij gaat het allereerst om technische en organisatorische oplossingen, zoals hulpmiddelen, aanpassingen van werkprocessen en een andere verdeling van belastende taken.

Een loopbaangesprek is dus geen vervanging voor een veilige werkplek.

Een werkgever kan niet verwachten dat medewerkers maar een andere functie zoeken wanneer het werk lichamelijk te belastend is.

Maar ook wanneer arbeidsomstandigheden goed zijn ingericht, kan het waardevol zijn om naar iemands toekomstige loopbaan te kijken.

Sommige werkzaamheden blijven nu eenmaal fysiek veeleisend. En niet iedere medewerker wil gedurende zijn hele loopbaan hetzelfde blijven doen.

Daarom zouden arbeidsomstandigheden en loopbaanontwikkeling elkaar moeten aanvullen.

Waarom wachten we tot iemand klachten krijgt?

Bij duurzame inzetbaarheid ligt de aandacht vaak op het voorkomen van ziekteverzuim en het begeleiden van medewerkers die dreigen uit te vallen.

Maar ontwikkeling hoeft niet te beginnen bij gezondheidsklachten.

Juist wanneer iemand nog goed functioneert, is er ruimte om zonder tijdsdruk na te denken over nieuwe mogelijkheden.

Misschien wil een ervaren productiemedewerker zich ontwikkelen richting werkvoorbereiding. Een magazijnmedewerker beschikt mogelijk over vaardigheden die passen bij voorraadbeheer of logistieke planning. En een zorgmedewerker heeft misschien belangstelling voor het begeleiden of inwerken van collega’s.

Dat zijn voorbeelden van mogelijke loopbaanrichtingen, geen functies die automatisch voor iedere medewerker geschikt zijn.

Vaak zijn aanvullende kennis, scholing of ervaring nodig.

Maar door mogelijkheden vroegtijdig te onderzoeken, ontstaat er tijd om die ontwikkeling zorgvuldig vorm te geven.

Het gesprek kan dan gaan over groei en toekomstperspectief, in plaats van uitsluitend over beperkingen.

Ervaring hoeft niet verloren te gaan bij een andere functie

Een medewerker die jarenlang lichamelijk zwaar werk heeft uitgevoerd, heeft vaak meer geleerd dan alleen de taken die bij de functie horen.

Denk aan het bewaken van kwaliteit, het oplossen van problemen, samenwerken, het begeleiden van nieuwe collega’s of het organiseren van werkzaamheden.

Die vaardigheden zijn niet altijd direct zichtbaar op een cv.

Een ervaren medewerker in een productieomgeving kan bijvoorbeeld veel kennis hebben van processen, veiligheid en kwaliteitscontrole. Dat kan waardevol zijn bij andere werkzaamheden binnen dezelfde organisatie.

Een overstap hoeft daarom niet automatisch te betekenen dat iemand helemaal opnieuw moet beginnen.

Soms is een aanpassing van de huidige functie voldoende. Soms kan een andere rol binnen de organisatie beter passen. In andere gevallen biedt een overstap naar een andere werkgever of sector meer perspectief.

Het belangrijkste is dat werkgevers en medewerkers tijdig onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.

Een loopbaangesprek is geen aankondiging van vertrek

Voor werkgevers kan het lastig zijn om met een goed functionerende medewerker over andere werkzaamheden te beginnen.

Misschien ontstaat de indruk dat de werkgever iemand liever ziet vertrekken. Of de medewerker denkt dat er twijfel bestaat over zijn functioneren.

Dat hoeft helemaal niet de bedoeling te zijn.

Een loopbaangesprek kan juist laten zien dat een werkgever verder kijkt dan de huidige functie en bereid is te investeren in iemands toekomst.

Daarbij kunnen eenvoudige vragen het vertrekpunt vormen.

Hoe ervaart iemand de lichamelijke belasting van het werk? Welke werkzaamheden geven energie? Welke taken zouden in de toekomst interessant zijn? En welke kennis of vaardigheden zou iemand graag verder ontwikkelen?

Niet iedere medewerker heeft behoefte aan verandering. Sommige mensen zijn tevreden met hun functie en willen die zo lang mogelijk blijven uitvoeren.

Ook dat verdient respect.

Het doel van preventieve loopbaanbegeleiding is niet om medewerkers voortdurend van baan te laten wisselen, maar om ervoor te zorgen dat zij zicht houden op hun mogelijkheden.

Duurzame inzetbaarheid vraagt om vooruitkijken

Werkgevers die investeren in duurzame inzetbaarheid kijken niet alleen naar wat medewerkers vandaag nodig hebben, maar ook naar hun mogelijkheden voor de toekomst.

Bij lichamelijk zwaar werk vraagt dat om een combinatie van goede arbeidsomstandigheden, aandacht voor de individuele situatie en mogelijkheden voor ontwikkeling.

Dat kan betekenen dat werkzaamheden worden aangepast, hulpmiddelen worden ingezet of medewerkers zich ontwikkelen richting andere taken.

Maar het vraagt ook om een andere manier van denken.

Niet pas in gesprek gaan wanneer iemand aangeeft dat het werk lichamelijk te zwaar wordt, maar regelmatig onderzoeken of de huidige functie nog aansluit bij iemands mogelijkheden en wensen.

Daarmee ontstaat meer ruimte om bewuste keuzes te maken.

Want de beste aanleiding voor een loopbaangesprek is niet dat iemand zijn werk niet meer kan uitvoeren. Het is de wens om ervoor te zorgen dat iemand ook in de toekomst passend werk kan blijven doen.

Tijdig investeren in loopbaanontwikkeling

Bij Staatvandienst geloven we dat duurzame inzetbaarheid begint met aandacht voor de mogelijkheden en toekomst van medewerkers.

Onze loopbaanconsultants ondersteunen werkgevers en medewerkers bij het onderzoeken van kwaliteiten, ambities en ontwikkelmogelijkheden. Daarbij kijken we naar kansen binnen en buiten de organisatie, zodat medewerkers bewuste keuzes kunnen maken over hun verdere loopbaan.

Door tijdig aandacht te besteden aan loopbaanontwikkeling, kunnen werkgevers medewerkers helpen om ook op langere termijn passend en betekenisvol werk te blijven doen.

Wil je onderzoeken hoe je medewerkers kunt ondersteunen bij hun toekomstige loopbaanmogelijkheden?

Ontdek onze loopbaanbegeleiding voor werkgevers.

Bronnen