Volledig arbeidsongeschikt en toch werken: waarom een baan vinden niet genoeg is

puneet-kaul-nWb7Jxh5hxE-unsplash

Wie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is verklaard, hoeft niet te re-integreren. Toch blijkt er een groep mensen te zijn die graag wil werken, ondanks hun beperkingen. Uit een experiment van UWV blijkt dat 35 procent van de deelnemers met een IVA- of Wajong-uitkering zonder arbeidsvermogen op enig moment betaald werk vond. Maar er is ook een keerzijde: een aanzienlijk deel verloor dat werk later weer. De uitkomsten roepen een belangrijke vraag op. Hoe zorgen we ervoor dat mensen niet alleen de stap naar werk kunnen zetten, maar daar ook duurzaam aan het werk blijven?

Meer mogelijkheden dan vooraf werd verwacht

Sinds 2023 biedt UWV bij wijze van experiment re-integratieondersteuning aan mensen met een IVA-uitkering of een Wajong-uitkering waarbij is vastgesteld dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.

Normaal gesproken heeft UWV voor deze groepen geen wettelijke taak om hen naar werk te begeleiden. Zij hebben ook geen re-integratieverplichting. Maar sommige mensen willen ondanks hun arbeidsongeschiktheid graag onderzoeken of betaald werk toch mogelijk is.

De belangstelling bleek veel groter dan vooraf verwacht.

UWV rekende aanvankelijk op ongeveer 300 aanvragen per jaar. In werkelijkheid meldden zich jaarlijks ruim 1.400 mensen voor ondersteuning.

Van de ruim 4.000 deelnemers die tot de tussenevaluatie begeleiding ontvingen, begon 35 procent op enig moment met betaald werk.

Dat is een opvallende uitkomst. Niet omdat een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling daarmee onjuist zou zijn, maar omdat persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden zich in de loop van de tijd kunnen ontwikkelen.

Tegelijkertijd vraagt het resultaat om nuance. De deelnemers meldden zich vrijwillig en waren volgens de onderzoekers over het algemeen sterk gemotiveerd. De uitkomsten kunnen daarom niet worden vertaald naar alle mensen met een IVA- of Wajong-uitkering zonder arbeidsvermogen.

Werk vinden is iets anders dan werk behouden

Naast het positieve resultaat kwam uit het experiment ook een belangrijke uitdaging naar voren.

Ongeveer de helft van de deelnemers die betaald werk vond, verloor dat werk na verloop van tijd weer.

Dat verdient minstens zoveel aandacht als het percentage deelnemers dat de stap naar werk zette.

Want wat zegt een succesvolle plaatsing als iemand na enkele maanden opnieuw zonder werk zit?

Een nieuwe baan betekent voor iemand die langere tijd niet heeft gewerkt vaak veel meer dan alleen een inkomen. Het kan zorgen voor structuur, sociale contacten, persoonlijke ontwikkeling en het gevoel opnieuw een bijdrage te kunnen leveren.

Maar werk moet ook vol te houden zijn.

Dat vraagt om een goede aansluiting tussen de werkzaamheden, de belastbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de medewerker.

Een functie kan op papier passend lijken, terwijl in de dagelijkse praktijk blijkt dat de werkdruk te hoog is, het aantal uren niet haalbaar is of bepaalde werkzaamheden meer energie kosten dan verwacht.

Het vinden van een werkgever die iemand een kans wil geven, is daarom een belangrijke eerste stap. Maar daarmee is het traject nog niet afgerond.

Passend werk laat zich niet altijd vooraf bepalen

Bij re-integratie wordt veel aandacht besteed aan het onderzoeken van iemands mogelijkheden.

Wat kan iemand lichamelijk en mentaal aan? Welke vaardigheden zijn aanwezig? Welke werkzaamheden zijn realistisch? En welke aanpassingen kunnen helpen?

Toch wordt pas in een echte werksituatie volledig zichtbaar hoe iemand functioneert.

Een medewerker kan bijvoorbeeld ontdekken dat een bepaalde taak goed uitvoerbaar is, maar dat de combinatie met andere werkzaamheden te belastend wordt.

Ook kunnen omstandigheden veranderen. Wat in de eerste weken goed gaat, hoeft na enkele maanden niet meer vanzelfsprekend te zijn.

Daarom is het waardevol om tijdens een re-integratietraject niet alleen te kijken naar de geschiktheid van een functie, maar ook naar de manier waarop iemand de werkzaamheden op langere termijn kan volhouden.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de opbouw van uren, de verdeling van taken en de behoefte aan begeleiding regelmatig worden geëvalueerd.

Het uitgangspunt is niet om iemand zo snel mogelijk volledig inzetbaar te maken, maar om werk te vinden dat aansluit bij wat iemand daadwerkelijk en duurzaam kan.

Ook de werkgever speelt een belangrijke rol

Duurzame werkhervatting vraagt niet alleen inzet van de medewerker en de re-integratiebegeleider.

Ook de werkgever die iemand in dienst neemt, heeft invloed op de kans dat een plaatsing slaagt.

Dat begint met realistische verwachtingen.

Welke taken gaat iemand uitvoeren? Zijn aanpassingen nodig? Hoe wordt de werkbelasting opgebouwd? En bij wie kan de medewerker terecht wanneer iets niet goed gaat?

Een werkgever hoeft daarbij niet alle persoonlijke of medische omstandigheden van een medewerker te kennen. Belangrijker is dat er duidelijkheid bestaat over de werkzaamheden, de benodigde ondersteuning en eventuele aanpassingen.

Soms kan een andere taakverdeling helpen. In andere gevallen zijn aangepaste werktijden, hulpmiddelen of begeleiding op de werkplek van waarde.

Ook regelmatige evaluatie kan belangrijk zijn.

Niet om voortdurend te controleren of iemand voldoende presteert, maar om tijdig te ontdekken of de gekozen aanpak nog passend is.

Zo wordt duurzame plaatsing een gezamenlijke verantwoordelijkheid, met respect voor de mogelijkheden en grenzen van de medewerker.

De wens om te werken verdient serieuze aandacht

Een ander opvallend inzicht uit de evaluatie is waarom mensen deelnemen aan het experiment.

Volgens de onderzoekers noemen deelnemers vooral zingeving, persoonlijke ontwikkeling en de wens om bij te dragen aan de samenleving als redenen om betaald werk te zoeken.

Voor sommigen speelt ook de behoefte aan meer financiële zelfstandigheid.

Dat laat zien dat werk voor mensen verschillende betekenissen kan hebben.

Tegelijkertijd moet de wens om te werken altijd een persoonlijke keuze blijven. Niet iedereen die volledig arbeidsongeschikt is verklaard, kan of wil opnieuw betaald werk verrichten.

De resultaten van het experiment mogen dan ook geen aanleiding zijn om te veronderstellen dat iedereen alsnog aan het werk kan.

Juist het vrijwillige karakter is een belangrijk onderdeel van de uitkomsten.

De les is niet dat mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering harder moeten proberen om werk te vinden. De les is dat er mensen zijn die mogelijkheden willen onderzoeken, maar daarbij passende ondersteuning nodig hebben.

Begeleiding moet verder gaan dan de eerste werkdag

De resultaten van het UWV-experiment laten zien waarom re-integratie niet uitsluitend beoordeeld zou moeten worden op het aantal mensen dat een baan vindt.

Minstens zo belangrijk is de vraag of mensen dat werk kunnen behouden.

Daarbij is niet iedere beëindiging van een dienstverband hetzelfde. Soms blijkt een functie onvoldoende passend. In andere situaties veranderen persoonlijke omstandigheden of ontstaan er nieuwe mogelijkheden.

Dat betekent dat een traject niet per definitie mislukt is wanneer iemand opnieuw zonder werk komt te zitten.

Maar het vraagt wel om aandacht voor de oorzaken en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken.

Bij goede re-integratie gaat het niet alleen om het vinden van vacatures en het voeren van sollicitatiegesprekken. Het gaat ook om zelfvertrouwen opbouwen, mogelijkheden onderzoeken, realistische keuzes maken en waar nodig ondersteuning bieden bij de overgang naar werk.

En soms betekent dat ook erkennen dat betaald werk op dat moment nog niet haalbaar is.

Duurzame re-integratie vraagt om een bredere definitie van succes

Het UWV-experiment biedt een belangrijk inzicht in de mogelijkheden van mensen die eerder als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn beoordeeld.

Met passende ondersteuning blijkt een deel van deze groep de stap naar betaald werk te kunnen zetten.

Dat is waardevol. Maar de relatief grote groep die het werk later weer verliest, laat tegelijkertijd zien dat begeleiding naar werk niet hetzelfde is als duurzame werkhervatting.

Het succes van re-integratie zou daarom niet uitsluitend moeten worden afgemeten aan de eerste werkdag of het tekenen van een arbeidsovereenkomst.

Ook de kwaliteit van de plaatsing, de aansluiting tussen mens en werk en de mogelijkheden om het werk vol te houden verdienen aandacht.

Want iemand aan een baan helpen is een resultaat. Iemand helpen om passend en duurzaam aan het werk te blijven, is uiteindelijk waar re-integratie om draait.

Begeleiding naar passend werk via Staatvandienst

Bij Staatvandienst geloven we dat succesvolle re-integratie begint bij de mogelijkheden van de mens.

We begeleiden mensen die ondersteuning nodig hebben bij het onderzoeken van hun arbeidsmogelijkheden, het versterken van hun vaardigheden en het vinden van passend werk.

In opdracht van UWV verzorgen we onder meer de re-integratiediensten Werkfit maken en Naar werk. Daarbij combineren onze consultants persoonlijke begeleiding met kennis van de arbeidsmarkt en aandacht voor duurzame werkhervatting.

Of een specifiek UWV-traject beschikbaar is, hangt af van de individuele situatie en de beoordeling door UWV.

Lees meer over UWV Werkfit maken of ontdek UWV Naar werk.

Bronnen