
Wanneer start je met een tweede spoor traject?
Wanneer een werknemer langere tijd ziek is, ligt de focus eerst op terugkeer naar het eigen werk of ander passend werk binnen de organisatie. Maar wat als terugkeer bij de eigen werkgever niet meer haalbaar lijkt? Dan komt re-integratie via het tweede spoor in beeld.
Een tweede spoor traject hoeft niet altijd pas na één jaar ziekte te beginnen. Zodra duidelijk is dat er geen zicht meer is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, moet worden gekeken naar mogelijkheden buiten de organisatie. Uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie moet een adequaat tweede spoor traject zijn gestart, tenzij er binnen drie maanden concreet perspectief is op structurele werkhervatting bij de eigen werkgever.
In dit artikel leggen we uit wanneer tweede spoor aan de orde is, wanneer je ermee start en hoe zo’n traject eruit kan zien.
Wat is een tweede spoor traject?
Bij re-integratie wordt onderscheid gemaakt tussen het eerste en tweede spoor.
Bij het eerste spoor zoeken werkgever en werknemer naar mogelijkheden om de werknemer duurzaam te laten terugkeren binnen de eigen organisatie. Dat kan in de eigen functie zijn, in aangepast werk of in ander passend werk.
Bij het tweede spoor richt de re-integratie zich op werk buiten de eigen organisatie. UWV omschrijft tweede spoor als activiteiten die gericht zijn op werkhervatting buiten de organisatie van de eigen werkgever.
Het doel is daarbij niet simpelweg om zo snel mogelijk een andere baan te vinden. Een goed tweede spoor traject brengt in kaart welk werk past bij de mogelijkheden, belastbaarheid, kennis, ervaring en interesses van de werknemer en ondersteunt vervolgens bij het zetten van concrete stappen richting duurzaam werk.
Bij Staatvandienst staat daarom niet alleen de beperking centraal, maar juist ook wat iemand nog wél kan. Dat sluit aan bij de aanpak uit onze tweede spoor trajecten, waarin we onder meer kijken naar capaciteiten, vaardigheden, mogelijkheden en kansen op de arbeidsmarkt.
Wanneer moet je een tweede spoor traject starten?
Een belangrijk moment binnen de re-integratie is de Eerstejaarsevaluatie, rond het einde van het eerste ziektejaar. Werkgever en werknemer kijken dan samen terug op de re-integratie tot dat moment én naar de mogelijkheden voor het komende jaar.
Is nog niet duidelijk hoe de werknemer duurzaam kan terugkeren binnen de eigen organisatie? Dan moet intensiever worden gezocht naar andere mogelijkheden, binnen én mogelijk buiten de organisatie.
Volgens de Werkwijzer Poortwachter van UWV geldt daarbij als uitgangspunt dat een adequaat tweede spoor traject moet worden gestart zodra er geen zicht meer bestaat op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie.
Het tweede spoor moet in beginsel uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie zijn gestart. Alleen wanneer er binnen drie maanden concreet perspectief bestaat op structurele werkhervatting bij de eigen werkgever, kunnen activiteiten in het tweede spoor na de Eerstejaarsevaluatie achterwege blijven.
Kan tweede spoor al vóór het eerste ziektejaar starten?
Ja. Het eerste ziektejaar is geen moment waarop per definitie moet worden gewacht.
Wanneer eerder duidelijk wordt dat structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie niet meer realistisch is, kan tweede spoor eerder aan de orde zijn. Het uitgangspunt is immers het perspectief op duurzame werkhervatting, niet alleen hoeveel weken iemand ziek is.
Daarom is het belangrijk om tijdens het re-integratieproces regelmatig opnieuw te beoordelen welke mogelijkheden er zijn.
Moet het eerste spoor stoppen zodra het tweede spoor begint?
Niet automatisch.
Het starten van een tweede spoor traject betekent niet per definitie dat alle mogelijkheden binnen de eigen organisatie direct worden losgelaten. Afhankelijk van de situatie kunnen activiteiten in het eerste en tweede spoor naast elkaar plaatsvinden.
Juist daarom is maatwerk belangrijk. Geen werknemer, functie of organisatie is hetzelfde. De mogelijkheden moeten steeds worden beoordeeld op basis van de individuele situatie en de actuele belastbaarheid van de werknemer.
Wie bepaalt wanneer tweede spoor nodig is?
Werkgever en werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Daarbij spelen de adviezen van deskundigen, waaronder de bedrijfsarts, een belangrijke rol.
Tijdens het traject wordt gekeken naar de belastbaarheid van de werknemer en naar de mogelijkheden voor passende en duurzame werkhervatting. Als de re-integratie vastloopt of werkgever en werknemer van mening verschillen over bijvoorbeeld passend werk of de re-integratie-inspanningen, kan bij UWV een deskundigenoordeel worden aangevraagd.
Hoe ziet een tweede spoor traject eruit?
Een tweede spoor traject is altijd maatwerk. De inhoud hangt af van de situatie, mogelijkheden en belastbaarheid van de werknemer.
Bij Staatvandienst bestaat het traject uit vier fasen.
1. Start en inventarisatie
We beginnen met een intake en brengen de situatie van de werknemer in kaart. Daarbij kijken we onder andere naar de informatie van de werkgever en relevante deskundigen.
Op basis daarvan bepalen we samen wat nodig is en welke aanpak passend is.
2. Oriëntatie
Vervolgens verschuift de aandacht naar mogelijkheden en perspectief.
Onderwerpen die aan bod kunnen komen zijn onder andere:
- persoonlijke coaching;
- persoonlijkheid en loopbaan;
- re-integratiedoelen;
- beroepskeuzeonderzoek;
- oriëntatie op beroepen;
- oriëntatie op de arbeidsmarkt.
De centrale vraag is niet alleen welk werk kan iemand doen?, maar vooral: welk werk past duurzaam bij de mogelijkheden en belastbaarheid van deze persoon?
3. Op weg naar werk
Wanneer duidelijker is waar de kansen liggen, wordt de stap naar de arbeidsmarkt concreter.
Afhankelijk van wat iemand nodig heeft, kan de begeleiding bijvoorbeeld bestaan uit sollicitatietraining, netwerken en social media, coaching en begeleiding bij jobhunting of het opdoen van ervaring via een stage of werkervaringsplaats.
4. Duurzaam aan het werk
Een nieuwe baan vinden is niet het enige doel. De nieuwe werksituatie moet ook duurzaam passend zijn.
Daarom kan de begeleiding doorlopen nadat iemand een nieuwe baan heeft gevonden, bijvoorbeeld in de vorm van nazorg en coaching. De vier fasen en bijbehorende onderdelen sluiten aan bij de werkwijze die Staatvandienst voor tweede spoor hanteert.
Waarom op tijd beginnen met tweede spoor?
Een tweede spoor traject is meer dan het voldoen aan een verplichting. Door tijdig te beginnen ontstaat er ruimte om zorgvuldig te onderzoeken waar iemands mogelijkheden liggen.
Dat is belangrijk, omdat een werknemer na langdurige uitval soms opnieuw moet ontdekken welk werk haalbaar én passend is.
Door niet alleen te kijken naar beperkingen, maar juist ook naar capaciteiten, kennis, ervaring en interesses, kan stap voor stap een nieuw perspectief ontstaan. In de begeleiding van Staatvandienst ligt daarom veel nadruk op eigen regie, persoonlijke coaching en duurzame inzetbaarheid.
Tweede spoor traject via Staatvandienst
Een tweede spoor traject vraagt om zorgvuldigheid, kennis van de arbeidsmarkt en persoonlijke begeleiding.
Staatvandienst begeleidt werknemers en werkgevers bij re-integratie en tweede spoor. We kijken samen naar wat iemand nog wél kan en vertalen dat naar concrete mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
Onze consultants begeleiden mensen binnen verschillende branches en opleidingsniveaus. Dankzij onze landelijke dekking met meer dan 40 vestigingen en spreeklocaties kan de begeleiding plaatsvinden in de regio van de werknemer.
Wil je weten wat een tweede spoor traject in jouw situatie kan betekenen? Bekijk onze dienstverlening rondom re-integratie tweede spoor of neem contact met ons op.